Ulysses
James Joyce
1 exemplaar
| Beschikbaarheid | Uitgave | Plaats in de bib |
|---|---|---|
|
Aanwezig |
De Bezige Bij, cop. 2011 |
VERDIEPING 3 : DUIZENDZINNEN : POEZIE : Kast 14 VERZAMELBUNDEL : CLAE |
Paul Demets
em/ec/21 d
Wie in zijn hoofd bestookt wordt door versjes, versregels en strofen uit liedjes, wentelt zich dus niet in nostalgie. Altijd al is de mondelinge overdracht van poëzie belangrijk geweest. Wanneer een vers de nodige klankkleur heeft, is de kans groter dat het in het geheugen blijft hangen. Paul Claes schrijft terecht in zijn Onvergetelijke verzen. Maar van wie ook weer? "meer dan de inhoud is het de vorm die een vers markant en daardoor memorabel maakt". Deze originele bloemlezing bevat geen enkel volledig gedicht, maar wel fragmenten die zich volgens Claes in het collectieve geheugen bevinden. Versregels van Claus en kinderverzen komen hier zij aan zij voor. Dankzij het register kan je de auteur en de bron waaruit die flarden in je herinnering opdoemen, snel terugvinden. Zo weet je via dat merkwaardige woord 'peppels' weer dat 'Om mijn oud huis peppels staan' van J.H. Leopold komt.
Luuk Gruwez
em/ov/18 n
Is onthoudbaarheid een betrouwbare parameter voor de kwaliteit van poëzie? Een dubieuze kwestie. Neem nu een draak van een gedicht als 'Avondliedekens III' van Alice Nahon: 't' Is goed in 't eigen hert te kijken/ Nog even voor het slapen gaan'. Of de eerste regels van 'De Vlaamse Leeuw', waarvan Hippoliet van Peene de tekstdichter is. Perfect onthoudbaar en door tallozen onthouden, maar in geen geval poëzie van niveau.
Toch komt het mij voor dat we over onthoudbaarheid niet denigrerend horen te doen, zelfs niet als het om schrijfsels zonder literaire merites gaat. Akkoord, in vele gevallen ondersteunt zij de dominantie van een poëzie die te allen prijze populair wil zijn. Maar soms wijst zij ook op kwaliteit.
Paul Claes, op vele literaire fronten actief, heeft met Onvergetelijke verzen. Maar van wie ook weer? zijn zoveelste bloemlezing samengesteld. Na onder meer het opgemerkte Lyriek van de Lage Landen. De canon in tachtig gedichten,kan je ook deze op zijn minst origineel noemen. Claes heeft er geen gedichten in opgenomen, maar fragmenten, verzen die in het collectieve geheugen van poëzielezers zijn blijven hangen. Het is Claes niet in de eerste plaats te doen om een kwalitatieve selectie. Wel wil hij de lezer een leidraad bieden om de naam van een auteur te vinden die op de lange duur vergeten dreigt te worden, of dat al is, zelfs als een of meer verzen van zijn hand nog blijven hangen. Kwalitatief onderscheid tussen een kinderversje, een kerstliedje of een paar regels Gerrit Achterberg, Hugo Claus of Hadewych is er dus niet.
In zijn voorwoord formuleert Claes zijn motivatie: 'Zelfs het werk van de allergrootste dichters kalft mettertijd als een poolgletsjer af. Eerst rukt een bundel zich als een ijsberg los en smelt geleidelijk weg tot een handvol gedichten. Uiteindelijk glinsteren alleen nog luttele verzen op een oceaan van vergetelheid. Een bloemlezer is een soort ecoloog: hij wil een fataal afsmeltingsproces een tijdlang vertragen.'
Onbekende bekenden
Ik moet toegeven dat er in deze bloemlezing heel wat 'bekende' verzen zijn opgenomen die ik niet kende. Deze van Alberdingk Thijm, bijvoorbeeld: 'Een les die ons de Zondvloed biedt:/ De waterdrinkers deugen niet.' Of, hedendaagser, deze van Ingmar Heytze: 'De grootste motherfucker/ is nog altijd je vader.'
Onvermijdelijk zijn oudere en overleden dichters die al langer tot de canon behoren, hier buitenproportioneel vertegenwoordigd. Bepaalde jongere dichters, die nochtans een stevige reputatie genieten, ontbreken dan weer geheel en al, ongetwijfeld omdat er niet meteen regels van hun hand waren te vinden die makkelijk onthoudbaar zijn.
Versregels van na de millenniumwissel zijn nauwelijks present. De bloemlezer heeft kennelijk niet de kiemen van een toekomstige canon willen zaaien. Je zou kunnen stellen dat hij niet beslist, maar enkel het medium van de poëzielezende goegemeente is. Hoewel, een enkele keer brengt hij toch een correctie aan en gunt hij een tweede kans aan wat in zijn optiek ten onrechte vergeten is.
Paul Claes stelt dat het, meer dan de inhoud, de vorm is die verzen memorabel maakt. Met betrekking tot de plaats van de dichtkunst van vandaag formuleert hij deze overweging: 'Zou de tanende interesse voor de huidige poëzie niet veel te maken hebben met haar vormeloosheid? Het succes van rijmende rapsongs bewijst dat het bloed kruipt waar het niet kan gaan.' Misschien is dat vermoeden minder gratuit dan het lijkt. Het impliceert dat een poëzie die te zeer van de muziek is vervreemd, geen vruchtbare toekomst is beschoren.
DE AUTEUR: is essayist, dichter, romancier en vertaler.
HET BOEK: Claes behoedt de auteurs van onvergetelijke verzen met dit boek voor de vergetelheid.
ONS OORDEEL: een originele wandeling door het collectieve geheugen van poëzielezers.
31/03/2012
Paul Claes is een duizendpoot. Intussen verscheen zijn honderdste publicatie in boekvorm, en er liggen alweer diverse nieuwe projecten in de boekhandel. Claes begeeft zich niet alleen zelf op het gebied van de creatieve literatuur, hij is ook een gedreven theoreticus en commentator van literatuur en een begenadigd vertaler uit meer dan een handvol literaire tradities. De jongste jaren komt daarbij nog een intense activiteit als bloemlezer bij. Claes werpt zich inderdaad steeds meer op als de archivaris van een rijk en prestigieus cultureel erfgoed dat verloren dreigt te gaan. Onvergetelijke verzen vormt een boeiend product van die grenzeloze verzamelwoede van Claes.
Claes’ uitgangspunt is de vaststelling dat heel wat versregels mettertijd een eigen leven zijn gaan leiden: veel mensen herinneren zich losse flarden, tenminste uit de tijd dat op de middelbare school nog echt aan literatuuronderwijs werd gedaan, maar bijna niemand weet nog van wie die overbekende regels afkomstig zijn. Dit boek bundelt een groot aantal van die fragmenten, met een wat bredere context (doorgaans één of een paar strofen uit het betreffende gedicht) en ordent ze netjes volgens de dichter. Toch gaat het Claes niet echt om dat geheugensteuntje: de regels zijn immers niet als zodanig gecatalogeerd, en het trefwoordenregister zal maar in beperkte mate die rol vervullen. Claes wil laten zien hoe belangrijke en minder belangrijke dichters werk hebben afgeleverd dat het verdient bewaard te worden. Niet toevallig worden door de samensteller zelf een aantal gedichten voorgesteld die niet meteen op een ruime bekendheid kunnen bogen, maar met regels die het verdienen om klassiek te worden. Tegelijk echter stelt Claes zich bijzonder breed op: ook Annie M.G. Schmidt en Toon Hermans hebben in deze verzameling hun plaats gevonden.
Als lezer stoot je zo voortdurend op verrassingen: regels die je was vergeten, regels die in hun context toch anders klinken dan je had gedacht, regels die je niet snel meer zal vergeten nadat je ze hier voor het eerst hebt gelezen. De verstokte verzamelaar die Claes moet zijn, licht hier het tipje van de sluier op van zijn eigen collectie van geliefde regels, en hier en daar kan je ook zijn favoriete dichters afleiden. En toch, de gedreven lezer zal erg blij zijn met een boek als dit, maar toch is veel van de hier verzamelde informatie moeiteloos via internet te vinden, zelfs veel sneller. In die zin is dit boek ook een soort provocatie. Claes is niet alleen een bloemlezer, maar bovenal een bewaarder op papier: in zekere zin beschermt hij de boekdrukkunst tegen de onstuitbare nieuwe media, met hun volstrekt ongeordende en niet-selectieve overdaad aan informatie. Het valt te vrezen dat dit een gevecht tegen de bierkaai is, maar het maakt Claes in zeker opzicht sympathiek. [Dirk De Geest]
Drs. Cees van der Pluijm
Menigeen kent een spreekwoordelijke Nederlandstalige dichtregel, maar weet noch de dichter noch het gedicht te detecteren. Essayist, vertaler, dichter en wetenschapper Paul Claes (1943) zocht in tientallen bloemlezingen naar zulke regels en ordende ze per auteur. Naast poëziebloemlezingen raadpleegde hij liederenbundels en citatenboeken. Een trefwoordenlijst maakt de klassieke regels naspeurbaar en via de vindplaats kan de bron opgespoord worden. Zo'n naslagwerk kan handig zijn, al zal niet iedereen het tot nu toe gemist hebben. Verrassender is echter het boek door te lezen van a tot z. Veel uitdrukkingen en zegswijzen blijken een auteur te hebben, veel auteurs blijken memorabele regels geschreven te hebben in verwaarloosbare gedichten. Zo wordt dit zoekboek ook een aangenaam leesboek. Paul Claes voorzag het van een inleiding en een bibliografie. Monnikenwerk met een poëtisch, een wetenschappelijk en een amusant karakter.
Laat hieronder weten op welk e-mailadres je een bericht wil krijgen als dit item beschikbaar is. Dit is geen reservering. Je krijgt geen voorrang om dit item te lenen.
Je gaat akkoord dat we je een mail sturen om je aanvraag te bevestigen en je te verwittigen wanneer jouw artikel binnen is. Deze mails zijn eenmalig. Je kan je toestemming op elk moment intrekken via de link in de bevestigingsmail.